Praktijkgerichte programma’s en nieuwe leerweg’

04-11-2022

Duidelijkheid over het vervolg van de nieuwe leerweg vmbo en de praktijkgerichte programma’s laat nog op zich wachten.

Een eerder aangekondigde brief van minister Wiersma over het beroepsonderwijs is vertraagd. Dit terwijl de behoefte aan duidelijkheid op korte termijn groot is onder scholen. De VO-raad, SPV en Platform TL blijven bij het ministerie aandringen op zo snel mogelijke besluitvorming. Vanuit het GO willen we deze duidelijkheid ook. Voor onze scholen, die vaak kleinschalig zijn , heeft deze ontwikkeling waarschijnlijk nog meer impact.

Enthousiasme in de sector 

Er wordt inmiddels op meer dan 150 vmbo-pilotscholen ervaring opgedaan met een praktijkgericht programma (pgp). Binnen de pilot zijn hiervoor conceptexamenprogramma’s vastgesteld die op basis van de ervaringen van de pilotscholen, onderzoek en reacties vanuit het veld eventueel worden bijgesteld. Ook worden binnen de pilot oplossingen gevonden voor uitdagingen tijdens de implementatie, zoals het opleiden van leraren en het ondersteunen van bedrijven bij het aanleveren van levensechte opdrachten.

Veel vmbo-scholen waren al vóór de pilot met een praktijkgerichte component gestart, overtuigd dat ze daarmee een rijker aanbod voor de leerlingen kunnen realiseren. Op het havo zien we eenzelfde ontwikkeling naar meer praktijkgericht leren: vanaf september 2022 wordt op 25 havo-scholen een pilot praktijkgericht programma uitgevoerd. De sector investeert flink in de ontwikkeling en toepassing van het praktijkgericht programma in het curriculum. Teams zijn met enthousiasme aan de slag gegaan en er zijn al veel mooie praktijkvoorbeelden (zie onderstaand kader). Ook leerlingen reageren positief op het praktijkgerichte programma.

Belang van praktijkgerichte programma’s

Praktijkgerichte programma’s dragen bij aan een goede beroepsoriëntatie voor leerlingen, een betere voorbereiding op zowel de keuze als de daadwerkelijke overstap naar vervolgonderwijs, meer gemotiveerde leerlingen door contextrijk leren én een betere aansluiting van vmbo, vervolgopleidingen en bedrijfsleven door betere onderlinge samenwerking. We verwachten dat dit leidt tot minder uitval en switchen in het vervolgonderwijs.

Dat veel scholen zelf al waren begonnen met het opnemen van een praktijkgerichte component in het curriculum is een mooie ontwikkeling, maar wel een ontwikkeling alleen voor de leerlingen op die specifieke scholen. In onze optiek zijn echter alle leerlingen gebaat bij een beroepsgerichte of praktijkgerichte component. Nu de tijd verstrijkt, is er grote behoefte onder scholen om meer duidelijkheid te krijgen over het vervolg van de pilots.

Urgentie

Het onderwijs kampt al geruime tijd met een onterecht negatief imago van het (voorbereidend) beroepsonderwijs en de daaropvolgende beroepen. Er is ook sprake van opwaartse druk, waarbij succes vooral wordt afgemeten aan hoe hoog je op de maatschappelijke ladder komt. Tegelijkertijd zien we grote tekorten aan goede vakmensen in sectoren als techniek, horeca, zorg en ‘groen’. En ook dat leerlingen – door de opwaartse druk – nu niet altijd in de onderwijssoort terechtkomen die het beste bij hen en hun talenten past. Ook dit onderstreept de urgentie van het versterken van het beroepsonderwijs, onder andere in de praktijkgerichte programma’s. Ruimte geven aan een verdere verkenning van een praktijkgerichte component is essentieel, zodat tegemoet wordt gekomen aan een meer evenwichtige weging van de talenten van leerlingen.

Behoefte aan duidelijkheid op korte termijn

De minister heeft al verschillende keren laten blijken groot voorstander te zijn van meer praktijkgericht leren, makkelijker doorstromen naar een volgend niveau – als dat past – en een stevigere positionering van het vmbo. Zo gaf hij tijdens een schoolbezoek eerder dit schooljaar aan enthousiast te zijn over de praktijkgerichte programma’s en de toegevoegde waarde hiervan binnen het curriculum. De ervaringen van de pilotscholen met deze programma’s levert kennis op die gebruikt kan worden als onderbouwing op versterking van het beroepsonderwijs.

Voor de zomer liet minister Wiersma weten bezig te zijn met het ontwikkelen van een visie op dit vlak, waarbij verschillende beleidsinitiatieven gericht op versterking van het beroepsonderwijs in samenhang worden opgepakt. In een recente Kamerbrief over de werkagenda mbo staat echter dat de Kamerbrief met deze visie pas voor de zomer van 2023 komt. Hiermee blijft voorlopig ook besluitvorming over het vervolg van de nieuwe leerweg en de praktijkgerichte programma’s uit.

 PraktijkvoorbeeldenPraktijkgericht programma in cijfers