Van so naar go, van sbo naar gbo

11-12-2025
Regelmatig gaat Alain van de Haar bij een school van een van onze leden op bezoek. Dit keer was hij te gast bij Stichting Elan in Hilversum.

Een middelgrote stichting die bewust kiest voor een tweehoofdig bestuur. Om daarmee de externe bestuurlijke taken te kunnen vervullen, met daarbij behoud van voldoende tijd om dicht bij de scholen te kunnen blijven. Bestuurders en collega’s die daarmee ook ruimte hebben om met elkaar over veel zaken te sparren en uit te diepen.

Gespecialiseerd onderwijs

Ze kiezen heel bewust om hun onderwijs niet speciaal te noemen, maar gespecialiseerd. Speciaal legt te veel de nadruk op het type leerlingen aan wie zij onderwijs verzorgen. Terwijl gespecialiseerd de nadruk leg op de scholen. In lijn met de gedachte dat je niet moet spreken over mensen met een beperking maar over een samenleving die beperkt is in de omgang met diversiteit. Een wat mij betreft uitstekende reden om van gespecialiseerd onderwijs te spreken.

Ze voeren dit voor gespecialiseerde schoolvormen door. Zo heet bij hen het sbo, gbo en gebruiken ze de afkorting go voor hun so en gvo voor hun vso. Wel net zo consequent en ook passend.

Op hun website leest dit dan als volgt: ‘Stichting Elan bestaat uit acht scholen; één voor gespecialiseerd onderwijs (GO), vier voor gespecialiseerd basisonderwijs (GBO), twee voor gespecialiseerd voortgezet onderwijs (GVO) en één voor gespecialiseerd onderwijs en gespecialiseerd voortgezet onderwijs (GO/GVO).’
In het Samenwerkingsverband waar hun meeste leerlingen vandaan komen is het percentage leerlingen dat naar het go gaat ruim onder de vereveningsgrens. Ondanks een lichte groei van de afgelopen jaren.

Inclusief onderwijs

Dit geeft ruimte om met elkaar echt te werken aan passend en inmiddels steeds meer aan inclusief onderwijs. Als geld minder schaars is, wordt toch echt meer de inhoud centraal gesteld en vinden mooie samenwerkingen plaats. Om dit te bevorderen worden diverse kennismakingsactiviteiten ondernomen tussen het go en de reguliere scholen.
Elkaar leren kennen blijkt toch elke keer weer een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen en samenwerking. Elan komt steeds meer in de gewenste positie als expert op leerlingondersteuning die de samenwerking met reguliere scholen steeds beter kan vormgeven. Ze hebben dan ook inmiddels een pool met experts die ook worden ingezet bij andere scholen.

Vijf van hun acht scholen werken met SWPBS (de andere drie werken met Geef me de Vijf). Dit staat voor School Wide Positive Behavior Support (vaak afgekort tot PBS). Met deze preventieve aanpak van gedrag bouwt een school aan een leeromgeving waarin leraren en OOP zijn toegerust om al hun leerlingen te motiveren om aan de slag te gaan. Leidend in deze regio is het principe om leerlingen zo min mogelijk te verplaatsen. Eenmaal bij een school ingeschreven wordt het maximale ingezet om de leerling die school af te laten ronden. Vanuit de overtuiging dat dit goed is voor de leerlingen. Tussentijdse overplaatsingen is niet goed voor het welzijn van jonge mensen.

Lararentekort

Natuurlijk hebben zij zo hun ideeën over wat beter kan. Zo stellen ze hun vragen over de bekostigingsgrondslag van de Onderwijsregio’s. Deze is gebaseerd op leerlingaantallen en niet op fte. Terwijl de Onderwijsregio’s toch echt gericht zijn op de arbeidsmarkt. En door de afwijkende leerling-medewerker ratio bij het gespecialiseerd onderwijs daarmee het aantal fte per leerling fors hoger is.
Daarbij is de sterke focus op het lerarentekort ook aandachtspunt. Feitelijk is het personeelstekort bij het Gespecialiseerd Onderwijs veel breder en zijn er ook tekorten bij veel andere functies. Ook vragen ze meer aandacht voor het go bij de pabo’s. Zo pleiten ze voor een verplichte stage in het go bij alle pabo’s, voor al hun studenten.

Renate en Paul, dank voor dit bezoek. En voor de inkijk in jullie inzet en resultaten die jullie daarmee halen.