Een inclusief schoolbestuur binnen een inclusieve stad
Onderwerp: GO komt naar je toe
Op 11 september was ik op bezoek bij SO Lux. Een so-school in een fonkelnieuw gebouw. Elke klas een eigen toiletgroep om rust te kunnen creëren voor de leerlingen, aparte snoezelruimtes en voor het gebouw een bus sluis om het leerlingenvervoer met zo min mogelijk overlast voor de buurt te kunnen organiseren.
Onderdeel van een openbaar schoolbestuur (SPO Utrecht) met 37, vooral reguliere scholen, een internationale school, 1 sbo en 3 so/vso scholen. In gesprek met een van de bestuurders, twee schooldirecteuren en twee Intern Begeleiders.
Rust
Het schoolgebouw met haar leerlingen straalt rust uit. En dat is prettig en toch ook wel bijzonder nadat ze in korte tijd van 9 naar 13 groepen zijn gegroeid, na een lange tijd van tijdelijke huisvesting en met natuurlijk, zoals het hoort bij elk nieuw gebouw, overwinnen van de eerste kinderziektes.
Een gesprek dat gaat over de grote ambities in onrustige tijden. Groei van het gespecialiseerde onderwijs, discussies in de stad en regio over wat we verstaan onder inclusief onderwijs en een samenwerkingsverband dat vorig jaar in een lastige financiële positie verkeerde die daarmee stevig in het nieuws kwam.
Fundamentele discussies
Met daarmee ook fundamentele discussies. Hoe kom je tot nul vrijstellingen? Is dat überhaupt haalbaar? Is er wel een goed beeld van het aantal thuiszitters? Wie is eigenlijk verantwoordelijk voor het hebben van een goed beeld daarvan? Wie is verantwoordelijk voor het terugbrengen van deze kinderen en jongeren in het onderwijs?
Wanneer is het nog onderwijs of wordt het zorg? Is het brengen van onderwijs naar de zorg toe niet een veel betere oplossing voor sommige kinderen, in plaats van allerlei zorg de school inbrengen?
Met het besef dat er in Utrecht nog geen dekkend aanbod is, waardoor leerlingen moeten uitstromen naar de regio. En tegelijkertijd ook leerlingen vanuit de regio die onderwijs volgen in Utrecht. Met daarmee zoektochten om dit te verminderen, zodat kinderen meer thuisnabij onderwijs krijgen, samen met 4 samenwerkingsverbanden en 16 gemeenten.
Gewoon goed onderwijs
En binnen deze discussies moet je als school natuurlijk gewoon goed onderwijs verzorgen. Met een groei van leerlingaantallen, een steeds hogere zorgcomponent en daarmee een veranderende populatie. Waardoor vooral het aantal leerlingen met een hogere tlv groeit. En dat in een regio met forse financiële uitdagingen.
SPO Utrecht en haar scholen kunnen deze gesprekken volwaardig voeren binnen het eigen bestuur. Doordat ze de verschillende smaken binnen de eigen organisatie hebben. Opvallend hoe goed ze daarbij van elkaar op de hoogte zijn en het begrip dat ze hebben voor elkaars uitdagingen.
En vanuit deze kennis wordt breed de samenwerking met de andere scholen gezocht. Ook in de wens om zelf bij het vso over een eigen examenlicentie te gaan beschikken. Samenwerking met cluster 2 voor een groep dove leerlingen op een van de reguliere scholen. Opvallend hoe ze ook als besturen onderling van elkaar op de hoogte zijn. Een samenwerkingsverband in een moeilijker fase lijkt hier te hebben geleid tot meer directe samenwerking van de schoolbesturen zelf.
Ambitie voor inclusief onderwijs
De ambitie voor inclusief onderwijs wordt breed en oprecht onderschreven. Maar dan wel inclusief op de schaal van de eigen gemeente/regio. En niet per school. De randvoorwaarden waaronder hun leerlingen tot ontwikkeling kunnen komen zijn, naar hun mening, simpelweg te divers om in iedere afzonderlijke setting aan te kunnen bieden. Uiteraard wordt er op de reguliere scholen wel gewerkt aan manieren om inclusiever te worden voor een bredere groep leerlingen.
Ook hier de vraag om helderheid van de politiek. Het slechten van de grenzen tussen alle hokjes die we met elkaar hebben gecreëerd. Zet het kind, en daarmee de school centraal en organiseer de ondersteuning daar rondom. Verminder de wachtlijsten in de jeugdzorg, want wachtlijsten leiden tot verzwaring van de problematiek. Waardoor kinderen en jongeren die als ze eerder geholpen waren, misschien in het reguliere onderwijs hadden kunnen blijven. En nu, door factoren om hen heen naar het gespecialiseerde onderwijs gaan.
Voorkom de ‘onderwijspijn’ die ontstaat door de scheiding van werelden en dat een kind eerste twee of drie keer moet ‘mislukken’ voordat de juiste plek met de juiste middelen beschikbaar wordt gesteld.
Anje-Margreet Wolter, Varenka Bunt, Marieke Timmermans en Marloes Westerhof, dank voor het mooie gesprek. En Inge, zoals besproken, kom ik ook graag een keer bij jouw school op bezoek.
Alain van de Haar